
Terwijl veel rijke Utrechters hun vermogen nalaten aan familie, gebruikt de rijke en vrome Maria van Pallaes (1587-1664) haar geld om anderen te helpen.

Schuin tegenover het huidige Centraal Museum (in de Agnietenstraat) laat Maria van Pallaes in de zeventiende eeuw twaalf vrijwoningen bouwen. Hier kunnen arme Utrechters gratis wonen.

Via de stichting van Maria van Pallaes krijgen arme burgers van Utrecht niet alleen een dak boven hun hoofd, er wordt ook voor eten en brandstof gezorgd. Niet omdat het moet, maar omdat ze dit belangrijk vindt.

Maria van Pallaes wijst naar het uitgestalde voedsel dat onder arme Utrechters wordt verdeeld. Achter haar staan haar kinderen. Zij overlijden echter voordat ze de vrijwoningen stichtte, waardoor Van Pallaes geen erfgenamen heeft.

Aan de andere kant van het schilderij staan de armen die hulp ontvangen. Eén van hen bedankt Van Pallaes met gevouwen handen. Dit dankbare gebaar en de keurige houding van anderen benadrukken Van Pallaes' rol als edelachtige burger.
Op de achtergrond zie je de vrijwoningen en de oude bestuurskamer gebouwd in opdracht van Maria van Pallaes.

Conservator Geertje Dekkers over Maria van Pallaes en het geven aan armen.
Op dit schilderij uit 1657 zie je Maria van Pallaes, een rijke Utrechtse weduwe die, samen met haar kinderen, die rechts van haar staan, graan, boter en geld uitdeelt aan de armen die links, meer op de achtergrond staan. Voedsel uitdelen aan behoeftigen was een vorm van liefdadigheid. Maar niet iedereen kreeg hulp: die was doorgaans voor “nette” mensen uit de eigen stad.
Maria van Pallaes liet ook huisjes bouwen voor arme gezinnen, en zorgde dat die beheerd werden, door regenten. Dit schilderij hing in het regentenhuis zelf, als constante herinnering aan hun taak: zorg dragen voor anderen. In een tijd waarin oorlog maar ook natuurlijke rampen zoals ziekte, stormen en schrale oogsten voortdurend op de loer lagen, was er behoefte aan maatschappelijke bescherming. Dit werk gaat over angst voor tekorten door natuurrampen of andere gebeurtenissen, en over wat mensen doen om daar grip op te houden. Maria's goede daden zijn een antwoord op een wereld vol onzekerheid.
Wist je dat je een paar van de huisjes die van Pallaes heeft laten bouwen kunt vinden aan de noordzijde van de Agnietenstraat? Wanneer je het museum straks uitloopt en naar rechts loopt, zie je ze aan de overkant van de straat.

Maria van Pallaes is niet de enige weldoener van haar tijd. In de Utrechtse binnenstad vind je nog altijd oude vrijwoningen, zoals in de Lange Nieuwstraat, de Nicolaasdwarsstraat en de Springweg.
De twaalf vrijwoningen van Maria van Pallaes liggen rond een gezamelijk hofje met tuinen.




De twaalf vrijwoningen zijn nog altijd belangrijk voor Utrecht. Ze laten niet alleen een sfeervol stukje stadsgeschiedenis zien; ze zijn ook nog steeds geliefd als huurwoning.
Denk bijvoorbeeld aan Knarrenhofjes waar ouderen zelfstandig wonen, maar wel dicht bij anderen. Of studentenhuizen, waar samen koken en chillen belangrijke momenten zijn om samen te komen.


Vandaag de dag is wonen duur en lijkt het alsof we steeds minder naar elkaar omkijken.
Met de woningcrisis duikt een vraag op: voor wie is een stad eigenlijk?