Petronella Moens (1762-1843) schrijft om de wereld te verbeteren, te beginnen bij Nederland. In romans, gedichten en politieke beschouwingen pleit ze voor vrouwenkiesrecht en tegen slavernij. Voor een vrouw in haar tijd komt ze opvallend sterk uit de hoek en daarom krijgt ze de bijnaam 'Pietje Potentaat, de wilskrachtige'.

Gastconservator Eva Burgering over Petronella Moens
Een eerlijke wereld voor iedereen
Als vierjarige raakt de Friese schrijver Petronella Moens visueel beperkt door een pokkenbesmetting. In 1822 verhuist ze naar Utrecht. Met ‘schrijfjuffrouw’ Antje Camphuis gaat ze wonen aan de Oudegracht, hier vlakbij. Moens is betrokken bij de samenleving. In romans, gedichten en pamfletten staat ze op tegen sociale ongelijkheid en vóór vrijheid en een eerlijke wereld. Ook strijdt ze voor afschaffing van de slavernij. Haar activistische teksten hebben veel invloed op de Nederlandse politiek.
“Welk schrikbeeld! ach, Amerika! Wat drinkt ge al walgend hete tranen; Van moe gefolterde Afrikanen; Langs 't suikerveld en koffielanen.”
Vrouwen horen moeder te worden en thuis voor hun kinderen te zorgen. Dat vinden veel van Moens' tijdgenoten. Maar Moens schrijft dat vrouwen meer kunnen. Boeken lezen en nadenken, bijvoorbeeld.
Voor haar tijd is Moens vooruitstrevend. Maar nu, zo'n twee eeuwen later, komen haar ideeën behoorlijk taditioneel over. Zo vindt ze – heel modern – dat vrouwen zich intellectueel moeten ontwikkelen.
Maar de gedachte daarachter is – heel behoudend – dat ze op die manier betere moeders zouden worden.
Illustratie uit ‘Letter-kransje voor lieve en brave kinderen’, 1806

“Reine zaligheid smaakt het mannelijk hart, wanneer de opvoedster van zijne dierbare kinderen het kenvermogen der ontwakende ziel in de lieve kleinen opwekt.”
Moens is er trots op Nederlandse te zijn en over buitenlanders kon ze schrikbarende woorden schrijven.
Zo schrijft ze over Turken 'die alles vermoorden' en zijn Spanjaarden volgens haar 'domme bijgeloovigen'.
Tegelijkertijd vindt ze dat een goede opvoeding en studie van iedereen een goed mens kunnen maken.
Het laat zien dat vooruitstrevende ideeën en vooroordelen soms naast elkaar kunnen bestaan.
Om te schrijven heeft Moens hulp nodig want ze was blind. Hier is te zien dat ze teksten dicteert aan haar assistent Antje Camphuis.
Moens laat meer dan 150 gedichten, tijdschriftartikelen, romans en toneelstukken na.