
Aan de oostkant van Utrecht ligt Bloeyendael, met lanen, een waterlelievijver en een heemtuin. Het huidige park dateert uit de jaren zeventig, maar de geschiedenis van deze plek begint eeuwen eerder.

De naam Bloeyendael komt van herberg Bloemendal, die in de zeventiende eeuw wordt verbouwd. Rond het huis ligt een grote tuin met hagen, beelden, een tuinhuis en (fruit)bomen.

In de achttiende en negentiende eeuw groeit het huis en de tuin uit tot een buitenplaats van ruim acht voetbalvelden groot. Het huis draagt dan de naam Bloeiendaal.

In 1868 verdwijnt het huis: het wordt afgebroken. Daarna maken een wasserij, kwekerij Bloeyendael en een volkstuincomplex gebruik van de grond.

In 1975 moeten de volkstuinen plaatsmaken voor een park. Binnen een jaar verrijst het park volgens ontwerp van de gemeentelijke landschapsarchitect. Die kiest ervoor om Bloeyendaal het karakter van een buitenplaats te geven, op basis van de aanwezige historische landschapselementen.

Door bezuinigingen op het onderhoud raakt het jonge park al snel in verval. In 1990 presenteert gemeente Utrecht daarom een plan: Bloeyendael moet wijken voor kantoren.

Utrechters pikken het plan niet. Betrokkenen richten daarom Stichting Bloeyendael op en voeren actie met de leus 'Houdt Bloeyendael groen'. Handtekeningen stromen binnen en steeds meer mensen sluiten zich aan.
Als betrokken Utrechter ontwerpt Dick Bruna kosteloos een logo en een poster. Met opgestoken vinger vraagt een jongen aandacht voor de natuur.

Op een tweede ontwerp van Bruna voor Bloeyendael, tekent hij kikkers tussen waterplanten.


Het protest was succesvol en park Bloeyendael bleef behouden. Maar onbedreigd bleef het park niet. Andere plannen volgden en in de loop der tijd raakte het park omringd door bebouwing.
Wie vandaag natuurpark Bloeyendael binnenstapt komt nog altijd Bruna's logo tegen. Zo is een ontwerp uit protesttijd onderdeel geworden van het park zelf.
