Zilverkast
Zilverkast
Jan Adolf Hillebrand Jr. had been trained as a furniture maker by his father, but the conditions of the trade had changed drastically by the time he exercised his occupation at the start of the nineteenth century. The guilds had been abolished in 1818, so there were no longer strict regulations in place to protect local craftsmen. The best way for an up-and-coming furniture maker to demonstrate his artisanship was to take part in the national industry expositions. This silver cabinet is probably the furniture piece that was exhibited in 1844 at the Friesian art and industry exposition, held in Leeuwarden, where it was described as ‘A Gothic, Renaissance-style decorated silver cabinet of mahogany... decorated with cylindrical columns and inlaid with ivory marquetry. Gothic spires adorn the antique top, the doors of the upper cabinet have white polished glass with antique Gothic figures, and the inside is fully lined with scarlet.’ Everything about the cabinet suggests that it served as a showpiece. The materials are costly, and the design is self-consciously historical. Such neostyles, as they were sometimes referred to, were very popular throughout Europe roughly between 1835 and 1895.
It was not unusual for historical styles to serve as a source of inspiration, but in the nineteenth century this went hand in hand with a nostalgic longing for the past. In order to evoke the atmosphere of ‘the olden days’, styles were sometimes combined at will. Thus, for this cabinet the young Hillebrand fused together Gothic and Renaissance ornamentation. Hillebrand was proud of his work. In around 1840 he had an almost full-figure portrait made of himself, standing by a table in a posh interior, leaning on a large book with protruding sheets of paper. These are probably design drawings or prints, like the ones lying on the table next to the silver ink set and a drawing pen. Behind him we see the silver cabinet that is now in the possession of the Centraal Museum. Here stands a self-assured entrepreneur who sees himself more as an artist than as an artisan.
There was a comparable cabinet at the same exposition but decorated even more lavishly, and it was bought by King William II. This furniture piece is now part of the Rijksmuseum collection, on loan. The cabinet belonging to the Centraal Museum cost 650 guilders and was probably purchased by the forebears of Mr Ribbius Peletier, who gifted it to the museum in 1941.
- Title
- Zilverkast
- Dating
- ca. 1840
- Object type
- meubilair, kast, bonheur du jour
- Object number
- 8618
- Collection
- toegepaste kunst, meubelen tot 1900
- Materials
- eikenhout, ivoor, grenenhout, spiegelglas, mahoniehout (?), amboinahout
- Technique
- eikenhout, grenenhout, gefineerd met mahonie- en amboinahout en ivoor, mahoniehout, spiegelglas
- Dimensions
- hoogte 230.5 cm
- breedte 138 cm
- diepte 59.5 cm
- Acquisition
- schenking (1941)
- Associated subjects
- (herkomst)
- Physical description
- De kast is opgebouwd uit drie los van elkaar te nemen delen: het basement, een onderkast en een bovenkast. Het basement bestaat uit een door zwaluwstaarten verbonden, rechthoekig raamwerk dat is verstevigd met hoekklossen en is opgedikt met lijstwerk. Het dek is opgebouwd uit twee lange delen. De zijden en het middenschot van onder- en bovenkast zijn elk opgebouwd uit twee staande delen en een voorstijl. In de onderkast zijn ze met elkaar verbonden door drie voorregels, het achterschot en het dek. Het achterschot bestaat uit een raamwerk dat is vergaard met enkel getoogde pen- en gatverbindingen. Het omsluit een uit drie liggende delen opgebouwd paneel dat rondom met een bossing in een groef valt. Het dek bestaat uit twee lange delen die op een raamwerk zijn gelijmd. De deuren draaien op speunen en zijn beide opgebouwd uit twee staande delen. De zijden van de laden zijn door zwaluwstaarten met elkaar verbonden. De bodem bestaat uit twee delen evenwijdig aan de voorzijde, en is vanaf de achterzijde in een groef in de zijden en de voorkant geschoven. De ladelopers zijn tegen de zijden en het middenschot gelijmd en vallen in een groef in de stijlen. De bodem en de legplank rusten op gelijmde dragers. De zijden van de bovenkast vallen met elk twee pennen in de onderkast. De zijden en het middenschot van de bovenkast zijn met elkaar verbonden door twee voorregels en het achterschot. Dat laatste is op dezelfde wijze opgebouwd als dat van de onderkast, zij het dat het raamwerk aan de bovenzijde de vorm van de kast volgt en dat het paneel uit vier delen bestaat. De bodem is opgebouwd uit twee lange delen en rust op de onderste voorregel, de onderregel van het achterschot en dragers die tegen de zijkanten zijn gelijmd. Het dek bestaat uit vijftien korte delen. De legplanken zijn in hoogte verstelbaar door in de hoeken gelijmde keeplatten. De deuren zijn opgebouwd als een met pen en gat verbonden raamwerk waarbinnen de spiegel in een sponning valt. De spiegel is aan de achterzijde afgedekt met een gespijkerd paneel. De vier deuren en de bovenste laden hebben elk een schoot-veerslot. De onderste laden worden vanuit de kastruimte gesloten met een pen die door de bodem van de kast in de zijde van de lade steekt.
- Inscriptions and marks
- geen:
- Rights
- Public domain
- Documentation
- Een eeuw Nederlandse woning, Petra Clarijs. Petra Clarijs, Querido (Amsterdam, 1941) N.V. Em. Querido's Uitgevers-Maatschappij (Amsterdam), 221 p.
- "De lelijke tijd" : pronkstukken van Nederlandse interieurkunst 1835-1895, Reinier Baarsen. [met bijdr. van] Jan Daan van Dam ... [et al.], Rijksmuseum (Amsterdam, 1995), 352 p.
- "De lelijke tijd" : pronkstukken van Nederlandse interieurkunst 1835-1895 : [gids], eindred. Theo Schoemaker, Rijksmuseum (Amsterdam, 1995) Waanders (Zwolle), 56 p.
- Tussen Biedermeier en Berlage : meubel en interieur in Nederland 1835-1895 = Meubel en interieur in Nederland 1835-1895, J.M.W. van Voorst tot Voorst, De Bataafsche Leeuw (Amsterdam, 1992), 2 dl. (838 p.)
- Vijf eeuwen binnenhuis en meubels in Nederland 1450-1950, Willem van der Pluym, Allert de Lange (Amsterdam, 1954), 406 p.
- Meubelen tot 1900 : De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht, Reinier Baarsen, Dirk Jan Biemond, Paul van Duin, Anne-Sophie van Leeuwen; red. Willemijn Fock en Ida van Zijl, Centraal Museum (Utrecht, 2005), 324 p.
- Catalogus van voorwerpen van Friesche n?verheid en kunst, op de tentoonstelling, gehouden te Leeuwarden in Julij 1844 Friesche nijverheid en kunst, ([1844])
- P.C. Wonder (1777-1852) : Een Utrechter in Londen, red. Elinoor Bergvelt, tekst Reinier Baarsen, Elinoor Bergvelt, Liesbeth Helmus ...[et al.], Lecturis (Eindhoven, 2015), 160 p.
- In Holland staat een huis, Jonge, de C.H., (Historia : maandschrift voor geschiedenis en kunstgeschiedenis, Aflevering: 5; 7, 1941), p. 138-149
- Neogotisch meubilair in de collectie van het Rijksmuseum, J.G. Berkhout, (The Rijksmuseum Bulletin, Aflevering: 19, 1971), pp. 47-69

