Go to main content

Portret van Johannes Wtenbogaert (1557-1644)

Portret van Johannes Wtenbogaert (1557-1644)
Title
Portret van Johannes Wtenbogaert (1557-1644)
Dating
1619
Object number
7005

Willem Jacobsz Delff

View full profile

Paulus Moreelse

View full profile
Materials
papier
Technique
gravure op papier
Dimensions
  • hoogte 22.9 cm
  • breedte 13.9 cm
  • hoogte (passepartout) 63.8 cm
  • breedte (passepartout) 49 cm
Acquisition
schenking (1933)
Keyword
portret, mansportret, Wtenbogart, Johannes
Inscriptions and marks
signatuur en datering l.o.: PMoreelz pinxit Ao. 1612. (PM in monogram), signatuur r.o.: W. JDelff sculpsit. (JD aaneen), omschrift en datering om medaillon: IOHAN. WTENBOGARDUS VLTRAIECT. ILL: PR. MAUR. ET ECCL. HAGANAe. GALL. ET BELG. NUPER CONCIONATOR. AeT. A°. 62. 1619, opschrift m.o.: Johannes Wtenbogaert van Vtrecht, voor // desen Predicant van sijn Pr. Exce. ende // vande Franse ende Duijtsche Ghemeijnte // inden Haghe, oudt 62 iaeren, Anno 1619., opschrift op de achterzijde: P. Davidsohn (verzamelaarsmerk)
Notes
  • Johannes Wtenbogaert (Utrecht 1557 - Den Haag 1644) studeerde theologie in Genève bij Beza. Hij werd in 1585 predikant in Utrecht, in 1591 in Den Haag, waar hij tevens hofprediker van prins Maurits en raadsman van Oldenbarneveldt werd. Hij koos de zijde van de arminianen. Onder zijn leiding werd in 1610 de Remonstrantie opgesteld. Na de staatsgreep van Maurits in 1618 vluchtte hij naar Antwerpen, waar een jaar later onder zijn leiding de Remonstrantse Broederschap werd opgericht. Na het einde van het Twaalfjarig Bestand moest hij naar Frankrijk uitwijken. In 1626 kon hij naar Nederland terugkeren, waar hij tot op hoge leeftijd in remonstrantse kerken preekte. Deze prent is gegraveerd naar een niet meer bekend portret van Wtenbogaert uit 1612 door Paulus Moreelse. Voor een andere afdruk, zonder onderschrift, zie inv. nr. 6639.
Rights
Public domain
Beschrijvende catalogus van 7000 portretten van Nederlanders en van buitenlanders, tot Nederland in betrekking staande..., Fr. Muller, (Amsterdam, 1853)
De Catalogus der schilderijen [1952], Centraal Museum (Utrecht, 1952), LVIII + 512 p.
Catalogus van het Historisch Museum der stad, supplement
Dutch and Flemish Etchings, Engravings and Woodcuts, ca. 1450-1700, volume XIV, F.W.H. Hollstein
Manuel de l'Amateur d'Estampes, volume II
Neues allgemeines Künstler-Lexikon [geen deel aanduiding]
Niederländisches Künstler-Lexikon : erster Band : A-K [1906], auf Grund archivalischer Forschungen bearb. von Alfred von Wurzbach, Von Halm und Goldmann (Wien und Leipzig, 1906), VIII, 778 p.
L'oeuvre de Willem Jacobszoon Delff, D. Franken, (Amsterdam, 1872)
Paulus Moreelse : portret- en genreschilder in Utrecht, door C.H. de Jonge, Van Gorcum (Assen, 1938), 60, 14, 5, 81-154 bl., [77] p.pl.
Rekkelijk of precies : remonstranten en contraremonstranten ten tijde van Maurits en Oldenbarnevelt, samenst. T.G. Kootte. met bijdr. van E.H. Cossee, F.G.M. Broeyer, P.P.W.M. Dirkse, Rijksmuseum Het Catharijneconvent (Utrecht, 1994), 112 p.
Niederländisches Künstler-Lexikon : zweiter Band : L-Z [1910], auf Grund archivalischer Forschungen bearb. von Alfred von Wurzbach, Von Halm und Goldmann (Wien und Leipzig, 1910), [II]I, 910 p.
Niederländisches Künstler-Lexikon : erster Band : A-K [1974], auf Grund archivalischer Forschungen bearb. von Alfred von Wurzbach, Israël (Amsterdam, 1974), IV, 778 p.
Portretten van Johannes Wtenbogaert, door B. Tideman, (Oud Holland : nieuwe bijdragen voor de geschiedenis der Nederlandsche kunst, letterkunde, nijverheid, enz., Jaargang: 21, 1903), p. 125 - 128
Les marques de collections de desssins & d'estampes : marques estampillées et écrites des collections particulières et publiques, marques des marchands, de monteurs et d'imprimeurs, cachets de vente d'artistes décédes, marques de graveurs apposées après le tirages des planches, timbres d'edition, etc. : avec des notices historiques sur les collectionneurs, les collections, les ventes, les marchands et éditeurs, etc., par Frits Lugt. F. Lugt, Vereenigde Drukkerijen (Amsterdam, 1921), XI, 598 p.