- Technique
- zilver
- Dimensions
- elk lengte 27.3 cm
- elk breedte 5.5 cm
- 001 gewicht 150 gr
- 002 gewicht 145 gr
- gehalte
- Acquisition
- overdracht (1926)
- Keyword
- wapen
- Inscriptions and marks
- keurmerk op achterzijde steel: stadskeur Utrecht (2x geslagen), jaarletter op achterzijde steel: M (M=1747), meesterteken op achterzijde steel: DV // G in een gecontourneerd schild, trembleersteek op achterzijde steel: trembleersteek, wapen op achterzijde steel: het gekroonde wapen van de provincie Utrecht, gehouden door twee leeuwen, trembleersteek op achterzijde steel:, inscriptie op achterzijde steel onder wapen (gegraveerd): CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT
- Notes
- Afkomstig van de inventaris van het voormalig Utrechts Statenjacht (na 1801 Stadsjacht). De geschiedenis van de Utrechtse Statenjachten begint op 13 december 1664, wanneer de Haer Edelmogende Heren besluiten `omme te doen maken een bequaem jacht omme geemployeert te worden te water ten dienste van Haren Ed: mo: off derselver Gecommitteerden...'. Het vaartuig werd in de achttiende eeuw voornamelijk gebruikt voor het schouwen en beveiligen van de binnenwateren, voor vervoer van Heren Gedeputeerden en hun commissies en voor vermaak en spelevaren van particulieren die het jacht konden huren (Graafhuis 1960, p.144-145). In 1758 werd het vaartuig vervangen door een nieuw jacht. Aan het eind van de eeuw besloten de Statenleden dit weer te verkopen en een ander jacht aan te schaffen. Vanwege de hoge kosten werd dit jacht van de hand gedaan, en op 14 februari 1801 werd de stad Utrecht de nieuwe eigenaresse. De inboedel werd apart aangekocht. Voor het zilverwerk betaalde de stad ruim 555 gulden (Graafhuis 1960, pp.150-151). Vanaf 1703 bleef van de Statenjachten allerlei tafelzilver bewaard (zie inv. nrs. 5318, 5319, 5320, 5322/001-014, 5324/001-006, 5325/001-006, 5326/001-002, 5327/001-006 en 5328).
Aan de bolle zijde van de bak van deze lepels bevindt zich een dubbel lof.
- Rights
- Public domain