Go to main content

Gevelversiering met beeld van keizer Karel V

Anoniem Utrechtsca. 1550 - ca. 1560
Gevelversiering met beeld van keizer Karel V
Title
Gevelversiering met beeld van keizer Karel V
Dating
ca. 1550 - ca. 1560
Object type
beeld, bouwfragment
Object number
1735

Anoniem Utrechts

View full profile
Materials
gips, zandsteen
Technique
Bentheimer zandsteen, gips, gepolychromeerd (beeld Karel V)
Dimensions
  • fries beneden hoogte 27.3 cm
  • breedte 523 cm
  • diepte 16.5 cm
  • nis hoogte 260.5 cm
  • breedte 142.5 cm
  • diepte 24.7 cm
  • kapiteel 1 hoogte 31 cm
  • breedte 37.8 cm
  • diepte 21.2 cm
  • kapiteel 2 hoogte 31 cm
  • breedte 36.7 cm
  • diepte 18.8 cm
  • kapiteel 3 hoogte 31.5 cm
  • breedte 38.5 cm
  • diepte 19.2 cm
  • kapiteel 4 hoogte 31 cm
  • breedte 36.5 cm
  • diepte 20 cm
  • fries boven hoogte 25.3 cm
  • breedte 515 cm
  • diepte 14.2 cm
  • beeld hoogte 120.5 cm
  • breedte 34.3 cm
  • diepte 29.5 cm
Acquisition
aankoop (1867)
Keyword
Karel V
Inscriptions and marks
opschrift tussen de consoles: CAROLVS.Q // VINTVS.RO // MANOR.IMP // ERATOR, opschrift op pilasters van de beeltenis: PLVS (links) OULTRE (rechts)
Notes
  • Afkomstig van het huis 'Keizer Karel', Oudegracht 120 in Utrecht. Karel V (1500-1558) was keizer van het Duitse Rijk, koning van Spanje en heer van de Nederlanden. Van 1528 tot 1555 was hij heer van Utrecht. Volgens Andries Schoemaker werd het huis 'gemenelijk genaampt keyser karels huys', gebouwd in 1556, 't zelfde jaar als den keyser de nederlanden aan zijn zoon Philips overdroeg'. De gevel bevatte naast het beeld van keizer Karel ook dat van 'Philip de eerst vader van den keyser' en dat van 'Philip de tweede zoon van de keyser'. Ze waren 'alle drie verbeelt ontrent leevens groote' (Andries Schoemaker, Beschrijving der stad Uytrecht [....] (z.pl, z.j.) dl 2, (fo.130). Het huis behoorde tot 1551 toe aan Jan Gerrits, mandenmaker. Het was in 1556 in handen van Frans van Nyenrode (gest. 1560), schepen van de stad Utrecht en raadsheer van het Hof van Utrecht, en van zijn echtgenote Mechteld Lauwerman (mededeling L. Bogaers, Utrecht 1996). Volgens De Meyere zijn er sterke aanwijzingen dat het huis in 1556 in opdracht van Van Nyenrode is gebouwd (zie: De Meyere 2000b).
Rights
Public domain
Documentation
Trouw en onwrikbaar : tweeduizend jaar provinciebestuur in Utrecht, Renger E. de Bruin, WBOOKS (Zwolle, 2025), 176 P.
Beeldhouwkunst tot 1850. De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht [cat. nrs. 244-478], Jan Klinckaert, Centraal Museum (Utrecht, 1997)
Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928, cat. nrs. 1-1403], W.C. Schuylenburg, Centraal Museum (Utrecht, 1928)
Catalogus van het Museum van Oudheden [1878], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1878) (1878), XV, 237 p.
Catalogus van het Museum van Oudheden [1904], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1904) (1904)
Geschiedenis van de provincie Utrecht [van 1528 tot 1780- zie tot 1528 voor titelbeschrijving], coörd. red. C. Dekker, Ph. Maarschalkerweerd, J.M. van Winter ... [et al.], Het Spectrum (Utrecht, 1997) Stichting Stichtse Historische Reeks
Een paradijs vol weelde : geschiedenis van de stad Utrecht, onder red. van R. E. de Bruin, ...[et al.], Matrijs (Utrecht, 2000), p. 592
Die Renaissance in Belgien und Holland = La renaissance en Belgique et en Hollande, aufgenommen und hrsg. van Franz Ewerbeck ... [et al.], Seemann (Leipzig, [1883] - 1889), 4. dl.
Een paradijs vol weelde : geschiedenis van de stad Utrecht, onder red. van R. E. de Bruin, ...[et al.], Matrijs (Utrecht, 2003), 592 p.
Stukken uit de krant : verhalen over 2000 jaar Utrecht, samenst. en tekst Renger de Bruin en Maarten Brinkman, Centraal Museum (Utrecht, 2009]), 16 p.
Gekomen om te blijven : 900 jaar Utrecht, Kaj van Vliet en Bettina van Santen, WBOOKS (Zwolle, 2022), 160 p.
De Utrechtse Pieterskerk, red. Kaj van Vliet ; auteurs Frans Kipp ... [et al.] ;tek. Daan Claessen, Matrijs (Utrecht, 2023), 192 p.
Rijck Hendriksz. Van Beest : beeldhouwer te Utrecht, door P.T.A. Swillens, (Jaarboek Oud-Utrecht, 1950), 72 - 76, 2 bl. pl.