Go to main content
Stoel
Title
Stoel
Dating
ca. 1830
Object type
stoel
Object number
15720

J.F. (w.s.) Groenewaldt

View full profile
Technique
mahoniehout, eikenhout, beukenhout, mahoniefineer, stoffering
Dimensions
  • hoogte 85.5 cm
  • breedte 49.5 cm
  • diepte 51.5 cm
Acquisition
overdracht (1967)
Associated periods
Moderne tijd 1795 - heden
Physical description
De stoel is opgebouwd uit massief mahoniehouten poten en stijlen. De zittingregels zijn meestal van beukenhout en soms van iepen of eikenhout vervaardigd, belijmd met mahoniefineer. Zij zijn met de poten verbonden door gelijmde pen- en gatverbindingen. Het zitraam wordt aan de onderzijde door vier beuken- of iepenhouten hoekklossen verstevigd. De achterpoten lopen door in de rugstijlen van de stoel. De onderdelen van het rugpand zijn door gelijmde pen- en gatverbindingen met elkaar vergaard. Het houtwerk is afgewerkt met een schellakpolitoer en een wasafwerking.
Inscriptions and marks
geen:
Notes
  • Afkomstig uit de raadzaal van het stadhuis. Volgens een uittreksel van de stedelijke ontvanger over 1830 werd een bedrag van f. 516, = uitbetaald aan de firma F. Groenewaldt en zoon, voor levering van 36 mahonie gepolitoerde stoelen met zwart trijp zittingen en zes dito fauteuils met krularmen, waarvoor respectievelijk f. 10,50 en f. 15,75 per stuk werd berekend. Het is niet geheel duidelijk of dit stel daarmee werd bedoeld: de nummers, die onder enkele armstoelen zijn aangebracht, lijken er op te wijzen dat dit stel aanvankelijk groter geweest moet zijn; bovendien zijn op oude foto's van de raadkamer andere stoelen te zien. Dit stel bestaat thans uit xx stoelen en x armstoelen, wat beter overeenkomt met de aantallen, die in de rekening van Groenewaldt worden vermeld.
Rights
Public domain
[Verslag] Centraal Museum [1967], de directrice van het Centraal Museum Maria Elisabeth Houtzager, Gemeente Utrecht (Utrecht, 1968), 18 p.
Jaarverslag 1970 : Centraal Museum, Utrecht, de directrice van het Centraal Museum Maria Elisabeth Houtzager, Gemeente Utrecht (Utrecht, 1971), 31 p.