Object
Kabinet
- Maker
- Anoniem Nederlands
- Titel
- Kabinet
- Datering
- ca. 1710 - ca. 1720
- Objectsoort
- kast
- Objectnummer
- 8460
- Collectie
- toegepaste kunst, stadsgeschiedenis, meubelen tot 1900, kasten
- Materiaal
- iepenhout, eikenhout, notenhout, wortelnotenhout
- Techniek
- eikenhout; notenhoutfineer; iepenhoutfineer; wortelnotenhoutfineer; notenhout; iepenhout; wol
- Afmetingen
- hoogte 205 cm
- breedte 157.3 cm
- diepte 68.8 cm
- Verwerving
- schenking (1962)
- Geassocieerde periodes
- Habsburgse tijd en Republiek 1528-1795
- Geassocieerde onderwerpen
- (herkomst), bestuurders (Utrecht) (bestuur)
- Fysieke beschrijving
- Het kabinet bestaat uit een onderstel en een bovenkast die is opgebouwd uit een bodem, twee zijden die verbonden worden door twee legplanken en boven door een achterregel, een kap en twee deuren. De zeshoekige poten vallen met een pen in de regels en de bolpoten. De regels vormen een raamwerk, vergaard met een halfhoutverbinding. De bovenregels van het onderstel zijn aan de voorzijde met pen en gat verbonden met de huizen van de poten, aan de zijkanten zijn ze tegen de huizen aangelijmd en aan de achterzijde zijn ze er met zwaluwstaarten mee verbonden. De bovenkast valt in een sponning in het onderstel. De zijden van de bovenkast vallen met elk twee pennen in het raamwerk van de bodem. De zijden en de deuren zijn opgebouwd als een raamwerk waarbinnen een paneel. Aan de buitenzijde hebben ze een verdiept veld, groter dan het paneel, dat is opgevuld met het borduurwerk. De deuren draaien op speunen. In de rechterdeur bevindt zich het slot; de sluitkram is in de tweede legplank bevestigd. Het achterschot bestaat uit vier planken met in het midden een sluitwig. Het valt met een afgeschuinde kant in een groef in de bovenregel en de hoekstijlen en is tegen de bodem van de kast gespijkerd. De kap is opgebouwd uit aan elkaar gespijkerde planken waar de zijden en de profielen op zijn gelijmd. De laden in het onderstel zijn opgebouwd uit gespijkerde onderdelen; de zijkanten en de bodem, die bestaat uit drie planken evenwijdig aan de zijden, vallen in een sponning in de voorzijde. Aan de zijkanten hebben ze een groef die schuift op ladelopers die in een groef in de huizen bevestigd zijn. Het snijwerk is op de voorzijde gelijmd. De onderste legplank bestaat uit twee delen, valt in een groef in de voorstijlen en steunt op twee regels. Tussen deze regels en de zijden van de kast lopen drie laden die zijn geconstrueerd als de laden in het onderstel, zij het dat de planken van de bodem evenwijdig aan de voorzijde zijn en dat de zijden geen groef vertonen. De tweede plank bestaat uit twee regels waartussen twee gespijkerde lange delen. Hij is met pen en gat met de hoekstijlen van de kast verbonden. Midden tegen de onderzijde is een ladeloper gespijkerd; twee andere ladelopers vallen in een groef in de hoekstijlen van de kast. Daarop lopen de laden met groeven in de zijden; ze zijn op dezelfde wijze geconstrueerd als de drie onderste. De twee ondiepe legplanken bestaan uit een enkele plank en rusten op tegen de zijden van de kast gelijmde dragers.
- Opschriften en markeringen
- geen:
- Rechten
- Publiek domein
- Documentatie
- Courts and colonies : the William and Mary style in Holland, England and America, Reiner Baarsen ... [et al.], Cooper-Hewitt Museum, The Smithsonian Institution's National Museum of Design (New York, 1988) The Carnegie Museum of Art (Pittsburgh), 251 p.
- Gids door het Stedelijk Museum van Oudheden te Utrecht [1892], door S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1892), 64 p.
- Meubelen tot 1900 : De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht, Reinier Baarsen, Dirk Jan Biemond, Paul van Duin, Anne-Sophie van Leeuwen; red. Willemijn Fock en Ida van Zijl, Centraal Museum (Utrecht, 2005), 324 p.
- ...Op de Reampte off met de Brodse... :Nederlands borduurwerk uit de zeventiende eeuw, Saskia de Bodt, Becht (Amsterdam, 1987)
- [Verslag] Centraal Museum [1962], de directrice van het Centraal Museum Maria Elisabeth Houtzager, Gemeente Utrecht (Utrecht, 1963]), 33 p.