Object
Rechterluik van het drieluik van de schuitenvoerders in de Jacobikerk te Utrecht, met stichtersfiguren en heiligen
- Titel
- Rechterluik van het drieluik van de schuitenvoerders in de Jacobikerk te Utrecht, met stichtersfiguren en heiligen
- Datering
- ca. 1550
- Objectsoort
- schilderij
- Objectnummer
- 2476 B
- Materiaal
- paneel
- Techniek
- olieverf op paneel
- Afmetingen
- hoogte (dagmaat) 131.5 cm
- breedte (dagmaat) 95.2 cm
- hoogte (met lijst) 146.2 cm
- breedte (met lijst) 108.7 cm
- Verwerving
- schenking (2019)
- Verwervingscredit
- Schenking van de Protestantse Gemeente Utrecht. (Was sinds november 1877 bruikleen van de Kerkvoogden der Nederlandse Hervormde Gemeente, v.h. Potmeesters der St. Jacobskerk.)
- Geassocieerde periodes
- Habsburgse tijd en Republiek 1528-1795
- Geassocieerde onderwerpen
- Utrecht, Jacobikerk (herkomst), gilden (Utrecht) (sociaal-economisch)
- Opschriften en markeringen
- opschrift lijst, onder: [Ts]ackdrager ghilt sonder ijt t[g?]he[u?]e: hebbe hier [on?]trent xii graf[st?]eede bene[v?]e, opschrift achterzijde: Paulus totten ephesen int 4 Capittel v 23 // ende wederomme vernyeut worden in den gheest // Ws ghemoet. ende de nieuwe mensche aendoen die // na godt gheschapen is. tot warachtighe // Rechtueerdigheijt ende heijlicheijt. daerom. legt // af de leugen. ende spreeckt de waerheyt. een // Iieghelick met sijnen naesten want wij sijn // malcanders leden. sijt toornich ende en sondich // Niet. en laet de sonne niet ondergaen ouer // uwe toornicheijt. noch en gheeft den duijuel // Gheen plaetse. die ghestolen heeft. en steele niet // meer maer arbeijde liever. ende wercke dat // Goet is met sijnen handen. op dat hij hebbe // te gheuen die noet heeft en laet gheen vuyle // Reden wt uwen mont gaen. maer is dat daer // Eenige goede rede is tot nootsakelijcke stich // tinghe. op dat sij aenghenaem sij te hooren. // Ende en bedroeft den heijleghen gheest godts // niet. waer mede ghijliede versegelt sijt tot den // Dach der verlossinghe. alle bitterheijt en[de] toornic // heijt. en[de] gramschap en[de] roepinge. en[de] lasteringe. sij // Van uliede wech gheweert. met alle boosheijt. ende weest tot malcanderen vriendelick. goether // tich vergheeft malcanderen. ghelijck christus // Ons vergheuen heeft. 1602
- Opmerkingen
- Originele lijsten. De luiken inv. nrs 2476 A en 2476 B hebben onderdeel uitgemaakt van een drieluik, waarvan het middenpaneel onbekend is. Op het linkerluik staan de heilige Clemens en Maria met kind, op het rechterluik de heilige Sebastiaan en de heilige Anna. Het drieluik heeft oorspronkelijk als altaarstuk gediend op het altaar van de schuitenvoerders in de Jacobikerk (waarschijnlijk tegen de vierde noordelijke pijler gerekend vanaf de viering), gesticht op 31-12-1533. Zie voor de stichting en de plaats van het altaar Van Riemsdijk 1882, p. 38, bijlage xxxvi, pp. 307-308, bijlage xli, p. 311, en Utrecht 1878(a), p. 31. Voor de oorspronkelijke plaats in de Jacobikerk zie Van Riemsdijk 1882, p. 38. Na de reformatie werd de keerzijde van het linkerluik overschilderd met teksten. Op de lijst werden teksten aangebracht en insignes van het schippersgilde. Er werd een timpaan toegevoegd, en cartouches aan de onder- en zijkanten. Opschriften (op cartouche aan de onderkant van het gildebord van het schippersgilde) `i petri i soo hebt malkander vyerighlyek lief uyt een reyn hert die ghy wedergeboren zyt niet uyt verganckelyeken maar uyt onverganckelyeken zaden. vernieuwt door het schippers gilt anno 1793' (cat 1904, p. 103; cat 1928 nr. 3425). Het luik deed vanaf die tijd dienst als gildebord van de schietschuitschippers. Ook de keerzijde van het rechterluik werd overschilderd met teksten. Op de lijst werden teksten aangebracht en insignes van het zakkendragersgilde. Ook bij dit luik werd een timpaan toegevoegd, en cartouches aan de onder- en zijkanten. Opschrift (op cartouche aan de onderkant van het gildebord van het zakkendragersgilde) `levit: Daerom, wilt ghee[n] onghelijck doen aenden rechte, metter int 19. ellen, met ghewichte, metter maten. Rechte wage, recht pont, rechte mudde, recht sester sal by v luyden syn. luc. Want sy sullen gheven een goede volle, toegedruckte en[de] int. 7 ouerloopende mate in uwen schoot. Sekerlyck metter selver mate[n] dat ghy metet, sal u ghemeten worden'. (cat. 1904, p. 104; cat 1928 nr.3425). Het luik deed vanaf die tijd dienst als gildebord van het zakkendragersgilde in de Jacobikerk. Het gildebord van de schietschuitschippers hing waarschijnlijk tegen de vierde noordelijke pijler gerekend vanaf de viering. Het bord van het zakkendragersgilde hing tegen de eerste zuidelijke pijler gerekend vanaf de viering. Zie Van Riemsdijk 1882, pp. 34-35, 38. De panelen zijn na een restauratie, vermoedelijk voor 1976, verkeerd om in de lijsten gezet, waardoor de bij de tekstborden behorende opschriften op de lijst nu aan de verkeerde zijde te zien zijn. Dit blijkt uit de beschrijvingen van Muller 1878(a) en Van Riemsdijk 1882. Zij concludeerden op grond van de plaats van de scharnieren dat de stichtersfiguren op de buitenzijden van de zijluiken waren afgebeeld. De Meyere 1988(d), p. 66, concludeerde op grond van de huidige situatie dat de stichtersfiguren en heiligen op de binnenzijden van de luiken stonden. Zie ook het verslag van T. Jonkman d.d. 11-1995 in de documentatie van het Centraal Museum. Negentiende-eeuwse(?) kopie naar het linkerluik, doek, 69,8 x 50 cm, in de Jacobikerk, Utrecht (consistoriekamer) met het opschrift `Huybert Duyfhuys pastoor van St Jacop heeft anno 1578 in de Iacobiekerk smorgens als rooms priester d mis gedaan en naa demiddag als gereformeert predukant gepreek Coll 3d // eerste v.' Zie De Meyere 1988(d), p. 76, afb. 21. Pentekening van ca. 1840 door N. van der Monde, 188 x 209 mm, naar een tekening van 1774 door C.A. van Wachendorf naar het linkerluik in Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, inv. nr. Jb 4.19.
- Rechten
- Publiek domein
- Documentatie
- De Catalogus der schilderijen [1952], Centraal Museum (Utrecht, 1952), LVIII + 512 p.
- Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928, cat. nrs. 2891-4142], W.C. Schuylenburg, Centraal Museum (Utrecht, 1928) (Utrecht), VII + 734 p.
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1878], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1878) (1878), XV, 237 p.
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1904], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1904) (1904)
- Centraal Museum Utrecht : catalogus der schilderijen [1933], inl. W.C. Schuylenburg. [tekst] C.H. de Jonge, [Centraal Museum] ([Utrecht], 1933), LIX, 333 p., p.pl.
- Leven na de dood : gedenken in de late Middeleeuwen, Truus van Bueren. met bijdr. van W.C.M. Wüstefeld, Museum Catharijneconvent (Utrecht, 1999) Brepols Publishers (Turnhout, 1999), 280 p.
- Schilderkunst tot 1850. De verzamelingen van het Centraal Museum Utrecht [cat. nrs. 591-902], Liesbeth M. Helmus, Centraal Museum (Utrecht, 1999)
- Stedenspiegel : tentoonstelling ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de N.V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten, [teksten A.N. Zadoks-Josephus Jitta ... et al.], Gemeentemuseum Den Haag (Den Haag, 1964), 150 p., [72] p. pl.
- Utrecht op schilderijen : zes eeuwen topografische voorstellingen van de stad Utrecht, Jos de Meyere, Kwadraat (Utrecht, 1988), 331 p.
- Twee zijluiken van een altaarstuk uit de Utrechtse St. Jacobskerk, J.A.L. de Meyere, (Jaarboek Oud-Utrecht, Aflevering: 1988, 1988), p. 53-80
- Utrechtse schilderkunst in de tweede helft van de zestiende eeuw, J.A.L. de Meyere, (Jaarboek Oud-Utrecht, 1978)

