Ga direct naar hoofdinhoud

Gezicht op de Oudegracht te Utrecht

Gezicht op de Oudegracht te Utrecht

Gezicht op de Oudegracht te Utrecht

Begin 20ste eeuw lagen er nog steeds vrachtschepen in de Oudegracht. Toch had de gracht zijn betekenis als stadshaven toen allang verloren. Met de aanleg van het Merwedekanaal kreeg Utrecht in 1892 ook een nieuwe en moderne haven voor grote schepen. De nieuwe industrieën zie zich daarlangs vestigden, lagen ver buiten de oude binnenstad.

 

Titel
Gezicht op de Oudegracht te Utrecht
Datering
ca. 1910
Objectsoort
schilderij
Objectnummer
14539

Johan Coenraad Ulrich Legner

In 1889 vestigde hij zich te Utrecht, en gaf daar tekenles aan de rijks-H.B.S. Hij was enkele jaren lid van het Genootschap Kunstliefde, en van 1901-1903 zelfs "direkteur". Rond 1920 verhuisde hij naar Haarlem.

Bekijk volledige profiel
Materiaal
doek
Techniek
olieverf op doek
Afmetingen
  • hoogte 90 cm
  • breedte 109.5 cm
  • hoogte (met lijst) 118.7 cm
  • breedte (met lijst) 138.7 cm
Verwerving
schenking (+ 2023)
Verwervingscredit
Schenking van Huibert Reysenbach ter nagedachtenis van zijn vader, Johannes Reysenbach (Was bruikleen sinds 1964)
Geassocieerde periodes
Moderne tijd 1795-heden
Geassocieerde onderwerpen
stedelijke ruimte (Utrecht) (bestuur)
Trefwoord
topografie, Utrecht, Oudegracht, Utrecht (stad)
Opschriften en markeringen
signatuur r.o. (met verf): J.C.U. Legner
Opmerkingen
  • In het midden de Jacobibrug die de Jacobistraat (links) met de Jacobijnenstraat (rechts) verbindt; rechts achter de brug de St. Augustinuskerk.
Rechten
Publiek domein
Geschiedenis van de provincie Utrecht [vanaf 1780-zie tot 1528 voor titelbeschrijving], coörd. red. C. Dekker, Ph. Maarschalkerweerd, J.M. van Winter ... [et al.], Het Spectrum (Utrecht, 1997) Stichting Stichtse Historische Reeks
Utrecht in tekst en beeld, samengest. door Arjaan van Nimwegen en Richard van den Dool, Kwadraat (Vianen, 1984), 176 p.
Utrecht op schilderijen : zes eeuwen topografische voorstellingen van de stad Utrecht, Jos de Meyere, Kwadraat (Utrecht, 1988), 331 p.