Object
Gedenkpenning honderdjarig bestaan van de Fundaties van Renswoude
- Titel
- Gedenkpenning honderdjarig bestaan van de Fundaties van Renswoude
- Datering
- 1856
- Objectsoort
- penning, gedenkpenning
- Objectnummer
- 1342
- Collectie
- stadsgeschiedenis, munten/penningen
David van der Kellen II
- Materiaal
- brons
- Techniek
- brons, geslagen
- Afmetingen
- diameter 6.9 cm
- Verwerving
- onbekend (tussen 1878)
- Geassocieerde periodes
- Moderne tijd 1795 - heden
- Geassocieerde onderwerpen
- sociale zorg (weeshuizen) (Utrecht) (sociaal-economisch)
- Opschriften en markeringen
- omschrift kz: D. V. D. KELLEN F., omschrift vz: MARIA DUIJST VAN VOORHOUT, DOUAIRE. VAN REEDE VAN RENSWOUDE, GEB: 22 JAN: 1662; OVERL: 26 APRIL 1754. [bloem], opschrift kz: OP / HET EERSTE / EEUWFEEST / DER FUNDATIEN / VAN RENSWOUDE / GEVIERD / TE UTRECHT / 23 MEI / 1856.
- Opmerkingen
- Maria Duyst van Voorhout, Vrijvrouwe van Renswoude (Delft 1662 - Utrecht 1754), bestemde op hoge leeftijd bijna haar hele vermogen voor de opleiding van weeskinderen. Bij haar overlijden in 1754 liet zij anderhalf miljoen gulden na aan de Burgerweeshuizen in Delft en Den Haag en aan het Stadsambachtskinderhuis in Utrecht. Elk kinderhuis bracht zijn deel van het kapitaal onder in een fundatie en wijdde zich op eigen manier aan de uitvoering van de opdracht van de Vrijvrouwe. Zo ontstonden na de dood van Maria van Duyst van Voorhout de drie 'Fundaties van Renswoude'. Zie: M. Langenbach, 'Maria Duyst van Voorhout', in: Utrechtse biografieën, deel 1, pp 56-60.
- Rechten
- Publiek domein
- Documentatie
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1878], supplement, S. Muller Fz., J.L. Beijers (Utrecht, 1878)
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1904], door S. Muller Fz.. S. Muller Fz., W. Leijdenroth (Utrecht, 1904) (1904)
- Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928: munten, penningen en zegels], inl. W.C. Schuylenburg. [samenst. C.H. de Jonge], Kemink en Zoon (Utrecht, 1928), VII, 734 p.
- Utrechtse penningen 1522-2018, Frans Hendriks, Gerrit van Ingen, eigen uitgave (Utrecht, 2020), 162 p.