Object
Gedenkpenning vertrek Johan Wagenaar uit Utrecht
- Titel
- Gedenkpenning vertrek Johan Wagenaar uit Utrecht
- Datering
- 1919
- Objectsoort
- penning, gedenkpenning
- Objectnummer
- 1248
- Collectie
- stadsgeschiedenis, munten/penningen
Jacob Jan van Goor
Van Goor, zoon van een horlogemaker in Amersfoort, ontving zijn opleiding aan de 'Kgl. Preussische Zeichenakademie' te Hanau. Hij was als ontwerper en modelleur werkzaam voor de Fa. C.J. Begeer te Utrecht.
- Materiaal
- brons
- Techniek
- brons, gegoten
- Afmetingen
- diameter 9.5 cm
- Verwerving
- onbekend (tussen 1919)
- Geassocieerde periodes
- Moderne tijd 1795 - heden
- Geassocieerde onderwerpen
- kunst (muziek) (Utrecht) (cultuur)
- Opschriften en markeringen
- omschrift keerzijde: ERNST EN HUMOR RAKEN ELKAAR IN HET LEVEN, ZOO OOK IN DE KUNST [bloem], omschrift voorzijde: DOCTOR . JOHAN . WAGENAAR . AETATIS. 56 // V. G., opschrift keerzijde: [2 bloemen] // TE UTRECHT // DOM ORGANIST // DIRECTEUR VAN // DE MUZIEKSCHOOL // DIRIGENT VAN // TOONKUNST // [2 bloemen]
- Opmerkingen
- Johannes Wagenaar (Utrecht 1862 - Den Haag 1941) studeerde piano, orgel, viool en compositie aan de Toonkunstmuziekschool in Utrecht, was leraar piano, directeur van de Utrechtse Muziekschool, de voorloper van het conservatorium, en organist van de Domkerk. Hij speelde een belangrijke rol in het Utrechtse muziekleven. Wegens zijn verdiensten als componist, dirigent en muziekdocent werd hem in 1916 het eredoctoraat in de Nederlandse letteren aan de Utrechtse universiteit verleend. In 1919 vertrok hij naar Den Haag, waar hij was benoemd tot directeur van het Koninklijk Conservatorium. Zie: J. Wagenaar, 'Johan Wagenaar (1862-1941)', in: Utrechtse Biografieën, deel 5 (Utrecht 1998), p.200-204.
- Rechten
- Collectie Centraal Museum Utrecht / foto Adriaan van Dam
- Documentatie
- Catalogus van het Museum van Oudheden [1904], supplement
- Catalogus van het Historisch Museum der stad [1928: munten, penningen en zegels], inl. W.C. Schuylenburg. [samenst. C.H. de Jonge], Kemink en Zoon (Utrecht, 1928), VII, 734 p.
- Utrechtse penningen 1522-2018, Frans Hendriks, Gerrit van Ingen, eigen uitgave (Utrecht, 2020), 162 p.