Ga direct naar hoofdinhoud

Rietveld Schröderhuis (woning Schröder-Schräder)

Gerrit Rietveldvoorjaar 1924 - 1924
Rietveld Schröderhuis (woning Schröder-Schräder)
Titel
Rietveld Schröderhuis (woning Schröder-Schräder)
Datering
voorjaar 1924 - 1924
Objectnummer
004 A 102

Gerrit Rietveld

De Utrechtse Gerrit Rietveld (1888 - 1964) is meubelmaker en architect. Zijn vader leidt hem op als meubelmaker. Rietveld ontwikkelt zich tot een vooruitstrevend ontwerper. Soberheid en ruimte staan centraal in zijn werk. Zijn ontwerpen, zoals de beroemde lattenstoel, worden opgepikt door De Stijl. Binnen deze stroming ontmoet hij gelijkgestemde kunstenaars. De opdracht van Truus Schröder om samen haar woonhuis te ontwerpen maakt van Rietveld een architect. Hij bouwt honderden gebouwen in Nederland, zoals het Van Gogh museum en de Rietveld academie in Amsterdam. Meubelen bleef hij de rest van zijn leven maken. Het Centraal Museum heeft de meest omvangrijke Rietveld collectie ter wereld.

Bekijk volledige profiel
Techniek
potlood, inkt, rode kleurpotlood en zwarte verf op transparant
Afmetingen
  • hoogte 40.9 cm
  • breedte 43.3 cm
Verwerving
bruikleen (1985)
Geassocieerde onderwerpen
Utrecht, Prins Hendriklaan 50
Opschriften en markeringen
niet gesigneerd, niet gedateerd:
Rechten
Collectie Centraal Museum Utrecht / Rietveld Schröderarchief © Pictoright
Documentatie
Het Rietveld Schröder Huis [1988], Paul Overy ... [et al.], De Haan (Houten, 1988), 128 p.
De vervolgjaren van De Stijl 1922-1932, red. Carel Blotkamp. [bijdragen] Manfred Bock, Dolf Broekhuizen, Sjarel Ex, Nicolette Gast, Cees Hilhorst, Els Hoek, Marijke Kuper, Evert van Straaten, Ed Taverne. C. Blotkamp (red.), Veen (Amsterdam, 1996) Uitgeverij L.J. Veen (Antwerpen) (Amsterdam/Antwerpen), 400 p.
Het Rietveld Schröderhuis : de voorgeschiedenis, het huis als woning, het huis als monument, Ida van Zijl, Bertus Mulder, Matrijs (Utrecht, 2009), 120 p.
Gerrit Rietveld, Ida van Zijl, Phaidon (Londen, 2010), 240 p.
Het Rietveld Schröder Huis [1992], Paul Overy ... [et al.], Thoth (Amsterdam, 1992), 128 p.